A
 
b  
             
Over ALFA-Europe
Rasstandaard

 
 












 


ACHTERGROND INFORMATIE


Disclaimer
Het uitdrukkelijk niet de bedoeling om het advies van de eigen dierenarts of andere deskundigen te vervangen door de bijeengebrachte informatie op deze pagina.
Het gebruik van deze informatie wordt op geheel eigen risico gedaan. De algemene disclaimer is ook op deze pagina van toepassing!

 

| OptiGen | Addison | Thyroid | Weil | Kennelhoest | Parvo |

 

Voor de fokker


Voor de pupkoper














 


 


 

Overweging uit de genetica

Het is onmogelijk en zelfs onwenselijk om alleen met 100 procent gezonde dieren te fokken ook al omdat je daarmee waardevolle genen van een niet helemaal gezonde hond overboord zou gooien. Daarom mag je met een gerust hart bijvoorbeeld een drager van een oogziekte (PRA-prcd) gerust laten paren met een hond die DNA-bewezen vrij is van het gen dat deze oogziekte veroorzaakt. De nakomelingen zullen geen van allen aan deze oogziekte lijden.

Lees ook het standpunt van KNMvG (koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde) met betrekking tot erfelijke ziekten.

OptiGentest (PRA-prcd-test)

In het verleden werden er nog al eens blinde honden geboren. Men ontdekte al snel dat dit in bepaalde rassen en foklijnen meer voor kwam dan bij andere rassen. Men er achter dat een bepaald gen hier voor verantwoordelijk was. De test die kan vaststellen of de hond dit stukje gen heeft wordt OptiGentest genoemd. Of bij Labradoodle meerdere soorten PRA (retinadegeneratie) voorkomen is nog niet bekend. De meest voorkomende afwijking is prcd-PRA. De OptiGen-test kan alleen vaststellen of de onderzochte hond al dan niet drager is van het gen dat dit type (dus PRA-prcd) veroorzaakt.

Deze DNA-test is niet alleen ontwikkeld om te voorkomen dat er blinde honden worden gefokt, maar bovenal ook om zoveel mogelijk honden voor de fokkerij te behouden. Immers: met behulp van deze test kan iedereen veilig fokken met een prcd-PRA-drager (mits een vrije partner wordt gezocht).
De OptiGentest is zeer betrouwbaar als de identiteit van de hond vaststaat. Dit is bij fokhonden die bij ALFA-Europe geregistreerd zijn altijd het geval omdat de OptiGentest tegelijk met het vaststellen van een DNA-profiel wordt uitgevoerd.

OptiGen en fokken
Het is onverstandig om alleen maar combinaties na te streven van prcd-PRA 'vrije honden' x 'vrije honden'. Zodoende gaan immers veel, heel veel zeer waardevolle andere genen ook overboord. En die versmalling van de fokbasis is zeer schadelijk voor elk ras omdat daardoor weer andere ziektes zich sneller kunnen en zullen verspreiden.

Als beide ouders van de fokhond zijn getest en normaal zijn bevonden dan mag daar op grond van onderzoeksuitslagen uit de labrador-wereld niet altijd de conclusie aan verbonden worden dat de nakommelingen ook vrij zijn (clear of parentage). Er blijken dragers voor te komen waarvan beide ouders normal (clear by parentage) waren! (zie artikel Labrador post juni 2009). Enige voorzichtigheid is dus geboden. Dit is dan ook een extra reden voor ALFA-Europe om de OptiGentest verplicht te stellen voor iedere fokhond ook al zijn de ouderdieren clear of parentage.

Met betrekking tot de de OptiGen-geteste honden is het fokken met lijders bij ALFA-Europe niet toegestaan en zijn slechts onderstaande combinaties toegestaan:

clear (normal) x clear (normal = vrij)
carrier (drager) x clear (normal)

naar boven

De ziekte van Addison

De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de bijnierschors. Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term `hypoadrenocorticisme'. De bijnierschors maakt twee soorten corticosteroïden:1.    Glucocorticosteroïden 2.    Mineralocorticosteroïden. Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan beide soorten corticosteroïden.
Het tekort aan mineralocorticosteroïden veroorzaakt een verschuiving van de electrolytenbalans in het bloed (daarom is er bij dieren met de ziekte van addison een tekort aan Natrium en een teveel aan Kalium. Het tekort aan natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de bloeddruk. De overmaat aan kalium heeft een vertraagde hartslag tot gevolg. Tel deze effecten bij elkaar op en men ziet een dier met een slechte circulatie met alle gevolgen van dien. Het tekort aan glucocorticosteroïden veroorzaakt algehele malaise en een suikertekort in het bloed. Dit maakt dat de hond zich heel ziek voelt.

De ziekte komt voor zover men weet vaker voor bij teven dan bij reuen. Waardoor de bijnierschors onvoldoende werkt is in veel gevallen onduidelijk. Er wordt onder andere gedacht aan een auto-immuun ziekte waardoor de bijnierschors beschadigd raakt. Bij dieren die behandeld zijn voor de ziekte van Cushing met Lysodren® ontstaat door het vernietigen van de bijnierschors ook het beeld van de ziekte van Addison. Vandaar dat na deze behandeling er eigenlijk altijd levenslang hormonen toegediend moeten worden.

Symptomen
De symptomen zijn nogal verschillend en niet echt specifiek voor de ziekte. Ze kunnen variëren van zeer ernstige levensbedreigende symptomen tot milde symptomen die komen en gaan. Bij een acute crisis ziet men dat de hond plotseling collabeert: het dier is slap, koud, uitgedroogd en heeft een trage en zwakke pols. Een soort shock toestand dus. Soms zijn er aanvallen van rillen en geringe slapte.

Diagnose
De diagnose wordt gesteld door middel van een bloedonderzoek. De bevindingen van een te hoog kaliumgehalte en een te laag natriumgehalte in het bloed samen met het typische klinische beeld is een zeer sterke aanwijzing.
De diagnose kan pas zeker vastgesteld worden na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest. Hierbij meet de dierenarts de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed, waarna de dierenarts een hormoon (AdrenoCorticoTroopHormoon of ACTH) inspuit (rechtstreeks in de bloedbaan) die normaliter de bijnierschors stimuleert tot het maken van cortisol. Een uur later neemt de dierenarts nogmaals bloed af en er wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand van de uitgangswaarde en de reactie op de hormooninjectie kan de dierenarts zien of de bijnierschors voldoende werkt.

Therapie
De behandeling is een levenslange toediening van de glucocorticosteroïden en de mineralocorticosteroïden die het dier tekort komt. Dit gebeurt door het toedienen van capsules waar er de twee soorten corticosteroiden en NaCl in zitten. Door het toedienen van de corticosteroïden bootst men de normale situatie weer na.

naar boven

Thyroid /schildklierafwijkingen

Het lichaam kent twee regel-systemen. Het eerste is het snelle, met electrische impulsen regelend systeem, beter bekend als het zenuwstelsel en de tweede is het wat tragere, maar niet minder belangrijke regelsysteem het hormoonstelsel. Hormonen zijn chemische stofjes die door verschillende klieren worden afgegeven aan het bloed en die ervoor zorgen dat andere organen en weefsels in werking worden gezet.
Een te lage productie van het schildklierhormoon wordt  Hypothyreoïdie genoemd, en een te hoge productie Hyperthyreoïdie. Hyperthyreoïdie komt zelden voor bij de hond. Daar en tegen komt Hypothyreoïdie wel voor.
Het schildklierhormoon zorgt er voor dat cellen brandstof verbranden voor energie zodat zij hun taken kunnen verrichten: voedsel verteren, hormomen produceren, urine filteren, reserves opslaan, afvalstoffen verwerken enz. Schildklierafwijkingen komen in meerdere rassen voor. Ook bij de Cocker Spaniel, een van de ontstaansrassen van de Australian Labradoodle. Het komt meestal bij de oudere hond voor.

Symptomen
Als de schildklier te weinig hormonen afscheidt ontstaan er dus allerlei problemen in het hele lichaam! De huid bijvoorbeeld zal dunner, minder elastisch, schubbig, korsterig en ontsteking-gevoelig worden omdat het hele proces van aanmaak van nieuw en afsterven van oude cellen wordt verstoord. Er zijn zoveel symptomen te noemen, maar de voornaamste zijn: slechte huid en vacht, pigmentatieverlies van de haren, (een "zwarte" verkleuring van de huid, maar hoeft niet), slecht genezen van wondjes, sloomheid, depressie, abnormale loopsheid, verlies van geslachtsdrift, teven blijven leeg of voltooien de dracht niet, langzame pols, kouwelijk, dik worden. Een algemene indruk van "niet zichzelf zijn". Sommige honden krijgen ook een "trieste blik" in hun ogen omdat de oogleden gaan hangen en soms dekken ze de pupil half af.

Diagnose
Heeft de hond last van allerlei "onduidelijke" verschijnselen en de dierenarts vermoedt een schildklier probleem, dan is de eerste stap een T4 onderzoek. Het hormoon T4 komt hoofdzakelijk voor in de vorm van thyroxine (tetrajodothyronine). T4 is een zogenaamd prohormoon, dat zijn biologische effect pas verkrijgt na omzetting in T3 (trijodothyronine). Een bloedonderzoek naar de T4 waarde geeft veelal een duidelijk antwoord op de vraag of een hond schildklierproblemen heeft.

Geeft een T4 onderzoek geen duidelijk (of helemaal geen) antwoord op het vermoeden van een schildklierprobleem dan wordt het stellen van een diagnose een stuk moeilijker want de oorzaak kan ook in de hersenen liggen. De Hypofyse maakt het TSH aan(= het Thyroid stimulation hormoon). Dan moet het TSH gehalte bepaalt worden in combinatie met T4:  is het T4 laag en is de TSH niet (>1) dan is er sprake van een primaire hypothyreoïdie, maar als deze situatie lang bestaat (en dat weet je niet, want een schildklierprobleem ontwikkelt zich langzaam)  dan gaat het TSH automatisch naar beneden (de hersenen passen zich aan).

Therapie
Komt men tot de conclusie dat de hond inderdaad een verlaagde schildklierfunctie heeft dan is de behandeling tegenwoordig heel gemakelijk.  Het schildklierhormoon is n.l. synthetisch na te maken en dient dan dagelijks (liefst 's morgens!) te worden toegediend. Honden die al langere tijd klachten vertoonden kenmerken zich met een snel herstel zodra met de medicatie gestart is. Het spreekt voor zich dat deze medicatie "voor het leven" is en dus absoluut iedere dag voor de rest van het leven moet worden gegeven.

Schildklierproblemen en fokken
Een teef kan al meerdere nesten hebben gehad voordat onverhoopt de afwijking zich openbaart (of bij meerdere nakomelingen van haar). Dit geldt natuurlijk ook voor een reu, zeker als hij in verschillende combinaties nakomelingen heeft verwekt die een schildklier-probleem krijgen of zelf een schildklier-probleem ontwikkeld. Het vermoeden dat er een erfelijke component is ligt dan voor de hand. Het is dan ook niet onverstandig dit teefje en/of deze reu van verdere fok uit te sluiten.

Dat schildklierafwijkingen erfelijk zijn is helaas nog niet wetenschappelijk aangetoond. Als je een duidelijk vermoeden hebt dat je hond een schildklier probleem heeft, overleg met de dierenarts of het nioet verstandig is om direct een T4/TSH onderzoek te vragen.

NB. Het is aan te raden nooit een teef tijdens haar loopsheid te laten testen, want tijdens deze periode is haar T4 waarde niet betrouwbaar.

naar boven

Ziekte van Weil

Ziekte van Weil, ook bekend als "Leptospirose", is een bateriële ziekte welke via besmette urine wordt verspreid. Ook ratten staan bekend als overbrengers van de ziekte van Weil. De infectie tast de nieren aan en veroorzaakt een gebrek aan eetlust, koorts, hepatitis (geelzucht), diarree, bloed in de ontlasting, pijn, rode ogen, zweren rond de mond, een bruine afscheiding in de mond, dorst en een veelvuldig plassen. Ziekte van Weil kan blijvend letsel veroorzaken en is, buiten voor andere dieren, ook zeer besmettelijk voor mensen; de besmetting is of mild of dodelijk. De inenting tegen ziekte van Weil kan echter ook een allergische reactie veroorzaken, waardoor de hond enige uren onder medische toezicht moet blijven.

In voorbereiding zijn o.a de volgende items:

Kennelhoest
Parvo
Heupdysplasie
Elleboogdysplasie

_____________________________________________________________

© ALFA-Europe - 2009

webdesign: stillshootingstrong